Deel uit het eindwerk van Jolijn en Katrien Leen tot het behalen van het secundair diploma in het college van Kapelle op den Bos.

 

2. De verwoesting van Leliëndael

 

2.1. Verwoesting door de geuzen

 

Op vrijdag 23 augustus 1566 kreeg het klooster van Leliëndaal een eerste aanval te verduren van de beeldenstormers. Hierdoor werd Leliëndael zwaar gehavend. Er werden ruiten stukgeslagen, beelden vernield en inboedel gestolen.

 

2.2. Verwoesting door de Spanjaarden

 

In augustus van het jaar daarop, 1567, kwam de hertog van Alva, Femando Alvarez de Toledo, om af te rekenen met de woeste opstandelingen. Toch was in Mechelen en omgeving de orde al hersteld en was het grootste deel van de protestanten naar veiliger oorden gevlucht. De Raad van Beroerten (bloedraad) sprak in de Dijlestad 16 doodvonnissen uit en verbande 83 personen. De Garnering der Spanjaarden werd één ellende van stropen en roven. De soldaten van de Koning plunderden er maar op los omdat hun beloofde soldij achterbleef. Deze Spaanse gewelddaden spaarden ook de zusters van Leliëndaal niet die, ondanks een gift van 500 Rijnse guldens, de soldaten er niet van konden weerhouden al wat ze nog vonden en wat van enige waarde was te plunderen en te roven. Dit heeft het einde betekend van het verblijf van de zusters te Hombeek. Ze begonnen hun zwerftocht in Mechelen en eindigden in Keulen, waar ze verbleven tot de onlusten voorbij waren. Het klooster stond dan nog overeind maar was zwaar gehavend en leeggeroofd.

 

2.3. Verwoesting door de Staatsen

 

Op 31 januari 1578 kwam het terug tot een veldslag tussen Don Juan (Spanje) en het Statenleger1. De overwinning van de Spanjaarden in Gembloers veroorzaakte bij de Mechelaars weer grote onenigheid. Iemand van de stadsmagistraat werd naar Don Juan gezonden om de stad onder de koning van Spanje te stellen. Hij beloofde hem dat de inname van de stad moeiteloos zou kunnen gebeuren aangezien er geen Statengarnizoen gevestigd was. De Spaanse opmars naar Mechelen lekte uit en op 4 februari werden enkele compagnies Staatse soldaten in de stad gebracht Op 6 februari vaardigde Pontus de Noyelles, gouverneur van Mechelen, het besluit uit dat alle kerken en kloosters buiten de stadswallen met de grond gelijk moesten worden gemaakt, zodat de vijand er zich niet in zou kunnen verbergen. Dit betekende het einde van het roemrijke klooster van Leliëndael.

 

De pachthoven en ook het boerenhof dat direct aan het klooster verbonden was hebben nog verder gefunctioneerd. In welke mate ze beschadigd waren is niet bekend. Hoogswaar-schijnlijk heeft de hoeve bij het klooster sterk geleden maar is ze heropgebouwd of gerestaureerd.

 

In april 1580 volgden dan publieke koopdagen van geestelijke goederen. Karel de Levin, goeverneur van Mechelen, kocht de gronden van het klooster op 11 september 1582.

 

De ruïnes van het klooster Leliëndaal volgens een vroeg 17e eeuwse kaart

(Van Hombeekse mensen en dingen, Nr.1 van HOEMBEKANIA, blz.138)