René Leen

René Leen

Stichter en bezieler van de Koralen van Leliëndaal

 

 

Een ode aan René Leen door André Nieuwborg:

 

René Leen: stichter en koorleider Koralen van Leliëndaal.

 

Een gemeenschap, ook een parochie, is een logge massa die nood heeft aan personen die zich inzetten om anderen mee op weg te zetten.

Zo iemand was René Leen. Van omstreeks 1955 tot aan zijn dood, 28 maart 1983, was hij een figuur die bij het parochiale leven van Hombeek hoorde meer bepaald bij de liturgie in de kerk als koor- en zangleider. Heel wat jonge mensen heeft hij kunnen bezielen voor het zingen.

 

Hoe het allemaal begon? Zoals zoveel begint: eerder toevallig en heel eenvoudig. Het feest van Kerstmis moest wat meer luister krijgen en René zal met enkele jongens - één van hen was onze koster Herman Plasqui - de nachtmis zingen. Het viel mee en René droomde reeds van een knapenkoor. In september 1954 wordt E.H.J.Van Dijck pastoor benoemd hier te Hombeek en hij moedigt het initiatief van René aan om verder te doen. Het knapen koor krijgt vaste vorm en een vaste plaats in de liturgie van de parochie. René leeft en werkt voor zijn knapenkoor. Heel wat van zijn vrije tijd wordt besteed aan het inoefenen van liederen. Al was hij muzikaal begaafd en had hij een mooie stem, zijn muzikale vorming was niet zo groot. Maar dit mocht geen hinder worden om verder te doen. De kelder van zijn huis was een knutselatelier maar tevens een "muziek- atelier" waar hij uren achter zijn harmonium zat om een melodie in te studeren.

 

Einde van de jaren '60 kwam er een zekere moeheid: hij zou het knapenkoor opgeven. Voor de zondagsmis werd een andere oplossing gezocht. Hieruit ontstond dan na enkele jaren het kinderkoor "De Cantilenen" onder de leiding van Zuster Lina Goris, nadat eerst Gerarda Mariën en Jeanne Pepermans deze taak op zich hadden genomen.

Maar René had heimwee naar zingen met jonge mensen. En hij kreeg de gelegenheid opnieuw met een koor te starten op het ogenblik dat de zondagavondmissen werden toegelaten. Oud koorleden werden aangesproken en hij kon opnieuw starten. De Koralen van Leliëndaal werden nu een Jongerenkoor. Velen zullen zich in Hombeek herinneren dat zij als jongere door René werden aangesproken: "En kunt gij niet zingen?"

 

De tijd na het Tweede Vatikaans Concilie bracht heel wat vernieuwing.

De liturgie gebeurde nu in de volkstaal. Ook op muzikaal vlak kwam er vernieuwing. Men verliet voor een groot deel de gregoriaanse latijnse gezangen maar zoveel goede nederlandse gezangen waren er nog niet. Meteen kwam de jeugd met liederen waarin heel wat eigentijds ritme stak. Elke vernieuwing was geen verbetering. René Leen heeft het kunnen waarmaken dat jongeren zo maar meteen niet alle religieuse liederen buitengooiden om het enkel te houden bij hun eigen genre. Hij kon zijn zangers enthousiast maken zowel voor de traditionele gezangen als voor de zogenaamde jeugdliederen.

 

In de jaren zeventig werd verschillende jaren een Kerkconcert georganiseerd met de eigen Parochiale Koren. Het gaf heel wat voldoening dat deze concerten talrijk werden bijgewoond en gewaardeerd. Toch waren dit niet de jaarlijkse hoogtepunten. Voor René waren de jaarlijkse hoogtepunten: de kerstnacht en wellicht nog meer de paasviering. Hij heeft zijn inzet voor het koor steeds gezien in dienst van de parochie- gemeenschap die samenkomt om de liturgie te vieren. Een pastoor uit een naburige parochie, waar hij ooit met het koor optrad ter gelegenheid van een jubileum, zei: "Die man weet wat liturgie is!"

 

Wat René op zich nam, deed hij met hart en ziel. Hij leefde er dan voor. Ik kan mij moeilijk van de indruk ontdoen dat hij als jonge man een geweldige steun moet gevonden hebben in de jeugdbeweging, de Chiro. In deze beginnende beweging is hij in de parochie en in het gewest Mechelen leider geweest met hart en ziel. De gedachte "trouw aan Kristus Koning" heeft hem nooit meer verlaten. Concreet beleefde hij die trouw in een dagdaaglijks leven in zijn gezin, in zijn werkmidden temidden van ambtenaren en in de parochie als koorleider.

 

Wat een mens teweegbrengt in de geschiedenis der mensen weten we niet tenvolle; wij zien er maar iets van. Alleen God weet het tenvolle... ook van René Leen. Wij van onze kant zijn dankbaar om zijn werk, zijn inzet, om gans zijn persoon.

 

Hombeek, 22 augustus 1990

André Nieuwborg, pastoor Hombeek